Vrijheid
Omdat je het soms ook over lelijke dingen moet hebben als vrijheid je lief is
4 mei klinkt voor mij naar een merel. Zijn hoopvolle lentelied dat de stilte onderstreepte van een groep mensen die samen stilstaan. De merel werd soms bijgevallen door een kirrend kindje, nog te klein om te weten wat een wonder het is te bestaan. Verder was alles was stil, alle verkeer stopte. Midden op straat. Niemand vond dat raar, juist de enkeling die doorreed was gek.
Op het Weteringcircuit zijn dertig mannen gedood. Voorbijgangers werden gedwongen te zien hoe ze door een vuurpeloton werden kapotgeschoten. De Duitsers wilden zo een afschrikwekkend voorbeeld geven voor iedereen die het in zijn hoofd zou halen zich te verzetten tegen de bezetter. Het bleek behoorlijk effectief, er was maar een klein groepje Duisters nodig om een heel land te terroriseren en een deel van haar bevolking af te voeren naar de vernietigskampen.
Maandagavond stond er een flinke groep mensen bij het monument voor de gefusilleerden, hun namen werden genoemd, waarmee ze heel even voortleefden. Het verkeer leek te luwen, maar er reden evengoed auto’s. Een enkeling stond aan de kant van de weg, de knipperlichten aan. Er werd getoeterd, waarschijnlijk tegen een auto die stilhield. Het was vlak voor acht. Het meeste verkeer wilde door, die stoffige oorlog zo lang geleden. Zo akelig dichtbij. Parallellen met toen noemen, wijzen op de terreur die op steeds meer plekken aan de orde van de dag is, het hoeft niet eens. Iedereen die de krant leest, of dat juist niet meer kan opbrengen, ziet ze. Daarom staan er overal groepjes mensen stil. Dat helpt wél. Zien dat je niet alleen bent, maakt weerbaarder tegen de terreur waarvan je hoopt dat die zich nooit herhaalt. Dat is sinds ‘de’ oorlog harder nodig dan ooit.
Vier vrouwen roeiden in een slank scheepje door de gracht. Ze hielden stil ter hoogte van het monument, hun roeispanen hingen los in het water. Langzaam, haast onzichtbaar, dreven ze achteruit.
De trompet blies de last post, en sneed zoals altijd recht in de ziel. Er krijste een groene parkiet. De merel hoorde ik niet.
Na pleging der plechtigheden maakten mensen zich los om bloemen te leggen. Een straaltje zon wist door de dichte takken vol voorjaarsgroen het beeld van de gefusilleerden te vinden.
In het gras zat een vrouw madeliefjes te plukken. Zelf leek ze meer op een klaproos. Zwart kanten kousen, wijde rode muts.
‘Wat een mooi idee.’
’Vijfentwintig heb ik er, zei ze ‘nog zes. Ook een voor degene die aan de overkant
werd gedood door een verdwaalde kogel, over het water, zó door een raam.’ Om haar heen waren de bloemetjes op. Ze oogde alsof ze niet heel makkelijk naar de missende madeliefjes buiten handbereik kon komen. Ik plukte de ontbrekende zes en gaf ze haar aan. Ze schikte er nog wat groen bij ‘ook nog een stevig stengeltje voor eromheen’. Intussen wees ze naar het pand aan de overkant waar Jacoba van Tongeren een verzetsgroep leidde. Als het boeketje af is kijkt ze wat moeilijk. ‘Hoe kom ik weer omhoog hè?’ Ik boog naar haar toe en gaf haar mijn handen, heel langzaam kwamen we samen omhoog. Een moment hingen we als twee 4-en met uitstekende konten tegenover elkaar, eenmaal over het dooie punt heen, keek ze me stalend aan ‘samen is toch veel leuker. Oorlog is zo vreselijk. Die knappe jongens maar in uniformen hijsen om doodgeschoten te worden, zo zonde. Ik ga nu naar het homomonument, dan de vrouwen van Ravensbruck en het zigeunermonument. Overal zing ik een lied, ik denk de Internationale en bij de zigeuners een lied over een gevallen duif. Het zijn kleine dingen, maar misschien kan ik zo wat liefde uitstralen.’ En dat doet ze. Waar oorlog vaak begint met een kleine daad, groeit ook vrede uit een klein zaadje. Nu de vanzelfsprekendheid van vrede verdwijnt, moeten we haar goed verzorgen en beschermen. Zorgen dat we vrij blijven elkaar te ontmoeten en een madeliefje te plukken. Daar moet je soms wat voor doen, of laten. Nadenken over wat het je waard is om te horen bij ‘sociale’ kanalen met een macht en reikwijdte waar menig dictator slechts van dromen kan, en die macht ook aanwenden om haatberichten te verspreiden, racisme en fascisme te steunen en aan te jagen. Iedere gebruiker maakt Meta & co machtiger en onze vrijheid kwetsbaarder. Dat klinkt misschien overdreven, maar de macht zit in de getallen. Elke gebruiker minder, maakt een verschil.
Remco Campert kan het beter uitleggen:
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets wat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.
Gisteren stond de wind precies goed, de vlaggen hingen hoog in het vaandel en wapperden fier. Laten wij dat ook doen.
Mooie dag!




Mooi stukje over mooie mensen, gouden harten. ✨🕯️💞
Wat een mooi stukje.