Tijd
Soms heb je het, soms niet...
Misschien had ik toch kinderen moeten nemen (ja hoor, je mag gewoon ‘nemen’ zeggen). Kinderen zijn op een gegeven moment min of meer af, gaan op zichzelf passen. Dat klinkt stukken handiger dan het hebben van een moeder. Maar, ja, die krijg je gewoon. En een gegeven paard kijkt men niet in de bek. Voor je het weet bijt hij je kop eraf (dáárom doe je dat dus niet). Waarom velen van ons er dan ook nog een schoonmoeder bij nemen is een raadsel. Maar goed, het leven hangt niet bepaald van logica aan elkaar. Vandaar dat ik de na de monsterverhuizing van de schoonmoeder meteen door kon naar het huis op driehoog, met steile trappen en krappe bochtjes; de woning van mijn eigen moeder. Die ene met die verbrijzelde voet. Zij was er dus niet bij.
Van een aantal artikelen kon ik zelf wel verzinnen dat ze mee moesten, daarvoor sleepte ik van de markt dagelijks bananendozen mee. Toen die na een paar weken vol waren werd het tijd voor het fijnere sorteerwerk. Leve de techniek! Stuk voor stuk hield ik spulletjes, prulletjes en nuttige zaken voor het Facetime-scherm. Links aan mijn voeten een ‘weg doos’ rechts een ‘mee doos’. Toen die torenhoog gevuld waren en de kasten leeg raakten werd het tijd om de verwassen Eenhoorn te bellen. We spraken een datum af. Die bleek op de warmste dag van het jaar te vallen. Gelukkig kwam de Eenhoorn niet al te vroeg en waren we midden op de dag nog volop in de weer. Samen met twee jonge strijders uit Eenhoorns elfenleger rende ik duizend keer de trappen op, schuifelde ze voorzichtig af met armen vol dozen, planten, spiegels en tafeltjes. Aan het eind van de dag hoefde alles alleen nog maar even uitgepakt en op een
nieuwe plaats gezet. Mijn moeders schoonzoon merkte om een uur of zeven op dat we weliswaar al sjouwend wat krentenbollen hadden gegeten, maar nog niet een keer hadden gezeten. Dat kon tegen negenen in de achtergebleven woning. Ware het niet dat daar best een bezempje door mocht, een lapje langs gehaald, van die dingen. Tegen twaalven stortte ik te bed. Om vijf uur was ik klaarwakker, de zon ook, dus ik besloot op te staan. Dat haalde ik tot de keuken, toen riep mijn lijf me tot de orde; Liggen jij! Blijkbaar had ik het toch aardig voor mijn kiezen gekregen.
Met de verhuizingen achter de rug kon ik beginnen aan lijstjes die waren aangegroeid tot Dode Zee-rollen. Daar tussendoor zou er tijd zijn om te schrijven aan stukken met een deadline en alle andere woorden die ik kwijt wil. Niets wens ik meer dan typen. Alleen, als ik achter mijn beeldscherm zit begint er na een paar minuten een tol te draaien, dat ding bromt zich vanuit mijn hoofd langzaam omlaag naar mijn maag en zo voort tot de misselijkheid tot in mijn tenen zit.
De dames zijn onder dak, ik ben uitgewoond. Zelfs ál was her een klacht, er is een eenvoudige remedie; lopen en doorstromen.
Zitten moet je blijkbaar leren, dus als u mij wil excuseren, ik ga de bijscholingscursus ‘blijven zitten’ even doen.





Ach ouders.....
En kinderen zijn hinderen zei vadertje Cats en in mijn geval klopt dit al een poosje als een bus.
Koester wat je wel en niet hebt...en geniet daarvan....wijze woorden van een vrouw met veel levenservaring....zo dat is gezegd🤭
Wat een klus Mari! Zeven jaar geleden heb ik het huis van mijn moeder uitgeruimd, maar moest toen met met broers bepalen wat in de 'weg' en wat in de 'bewaren' dozen kwam. Gevolg: een halve berging vol met bewaardozen, die ik twee jaar later mee sjouwde toen we van west naar oost zijn verhuisd.....Kortom, weggooien kost energie. In de breedste zin van het woord.